Zet je voordeur open!

Herinner jij je nog de beelden van september 2015 toen die lange stoet vluchtelingen te voet over spoor en snelweg van Boedapest naar Duitsland probeerde te komen? Ik vroeg me af: ‘hoe wanhopig moet je zijn als moeder om met jonge kinderen zo’n tocht te ondernemen?’ Hoeveel angst en ellende hebben ze al meegemaakt tussen vallende bommen en op die vreselijke rubberboten? Hoe erg moet het zijn geweest om nog de wilskracht op te kunnen brengen om lopend in de hitte op je einddoel af te gaan?’ En toch… wat zou ik doen als er vanavond een van hen voor mijn deur zou staan die een maaltijd of een slaapplaats nodig heeft?

Abraham kreeg drie onbekende gasten, vroeg Sara een maaltijd klaar te maken en zocht zelf een goed kalf uit om voor hen te slachten. Lot ‘houdt zeer aan’ bij de twee engelen die aan de poort van Sodom komen om hen ervan te overtuigen dat ze bij hem in huis mogen overnachten. De Sunamitische vrouw maakte zelfs een extra kamer in haar huis, speciaal voor de profeet Elisa. Van de vrouw uit Spreuken 31 staat er: ‘ze breidt haar handpalm uit tot de ellendige, en ze steekt haar handen uit tot de nooddruftige’. Martha en Maria ontvingen de Heere Jezus en Zijn discipelen (minstens 13 mannen!) onvoorbereid in hun huis. 

Gastvrijheid in de Bijbel

In de Bijbel lezen we vaak over gastvrijheid:

En wanneer een vreemdeling bij u in uw land als vreemdeling verkeren zal, gij zult hem niet verdrukken. De vreemdeling, die als vreemdeling bij u verkeert, zal onder u zijn als een inboorling van ulieden; gij zult hem liefhebben als uzelven; want gij zijt vreemdeling geweest in Egypteland; Ik ben de HEERE, uw God! (Lev. 19: 33, 34)

Deelt mede tot de behoeften der heiligen. Tracht naar herbergzaamheid (Rom. 12:13).

Vergeet de herbergzaamheid niet; want hierdoor hebben sommigen onwetend engelen geherbergd (Hebr. 13:2).

Zijt herbergzaam jegens elkander, zonder murmureren (1 Petr. 4:9).

Waarom gastvrij zijn?

Waarom lezen we zoveel opdrachten tot herbergzaamheid? De Heere Jezus legt het uit als Hij spreekt over het laatste oordeel.  Er zal over onze gastvrijheid en naastenliefde gesproken worden op de dag dat Hij zal terugkomen op de wolken. 

Alsdan zal de Koning zeggen tot degenen, die tot Zijn rechterhand zijn: ‘Komt, gij gezegenden Mijns Vaders! beërft dat Koninkrijk, hetwelk u bereid is van de grondlegging der wereld.
Want Ik ben hongerig geweest, en gij hebt Mij te eten gegeven;
Ik ben dorstig geweest, en gij hebt Mij te drinken gegeven;
Ik was een vreemdeling, en gij hebt Mij geherbergd.
Ik was naakt, en gij hebt Mij gekleed;
Ik ben krank geweest, en gij hebt Mij bezocht;
Ik was in de gevangenis, en gij zijt tot Mij gekomen’.
Dan zullen de rechtvaardigen Hem antwoorden, zeggende: ‘Heere! wanneer hebben wij U hongerig gezien, en gespijzigd, of dorstig, en te drinken gegeven? En wanneer hebben wij U een vreemdeling gezien, en geherbergd, of naakt en gekleed? En wanneer hebben wij U krank gezien, of in de gevangenis, en zijn tot U gekomen?’
En de Koning zal antwoorden en tot hen zeggen: ‘Voorwaar zeg Ik u: Voor zoveel gij dit een van deze Mijn minste broeders gedaan hebt, zo hebt gij dat Mij gedaan’.
Matth. 25: 35-40

Waarom noemt de Heere Jezus juist deze praktische dingen, als Hij spreekt over het laatste oordeel? Zal het dan niet vooral belangrijk zijn of ons hart aan Hem is toegewijd?

Ja, en een aan Hem toegewijd hart is te herkennen aan het toewijden aan Hem van onze bezittingen. Ons eten, ons drinken, ons huis, onze kleding, onze tijd en onze liefde, hebben we van Hem gekregen. Maar dat betekent niet dat we het voor onszelf moeten houden. We mogen ervan uitdelen aan anderen.

Eerstelingen

Calvijn schrijft daarover in de Institutie:

Alles wat we van de Heere ontvangen, krijgen wij van Hem om daarover rentmeester te zijn. Het is niet ons bezit. We hebben het gekregen om het aan te wenden ten nutte van de opbouw van de kerk. Dit is de regel waarnaar alle gaven besteed moeten worden die we van God ontvangen. Hij heeft immers bevolen de eerstelingen van de oogst aan Hem te offeren om het volk daardoor hun dankbaarheid en afhankelijkheid te laten betuigen. Zo moeten ook  wij alle gaven die we van de Heere krijgen heiligen, door ze eerst aan Hem toe te wijden.

Omdat je de Heere niet kunt en hoeft te laten delen in jouw bezittingen, moet je die betrachten ten opzichte van de heiligen die op de aarde zijn. Van alles wat we hebben, moeten we steeds eerstelingen toewijden aan Hem door ze ten nutte van anderen aan te wenden en daarmee ons eigen belang voorbij te zien. Daarmee betuigen wij dat we zonder Hem niets kunnen doen.

Hoe kunnen wij ‘eerstelingen’ van onze zegeningen aan de Heere geven? Hoe kunnen we Hem danken voor ons huis, voor ons eten en drinken, voor ons gezin? Door anderen erin te laten delen. Door onze voordeur open te zetten. Door iemand uit de gemeente uit te nodigen die alleen is. Door die meneer in de supermarkt aan te spreken die eenzaam lijkt te zijn.

Ja, dat kost ons iets. Als we naar iemand toestappen, een gesprekje voeren en vragen: ‘hebt u misschien zin om te komen eten?’ dan geven we iets van onszelf. Het is veel makkelijker om een gift over te maken naar een goed doel dan om ons huis te openen en iets weg te geven wat ons dierbaar is: onze tijd en onze privacy.

Ja, zo’n stap naar een ander is eng. Want je kan afgewezen worden. Misschien lacht iemand je uit of kijkt een ander je aan alsof je gek geworden bent. Maar dat is geen goede reden om stilletjes in onze comfort zone te blijven genieten van alles wat we hebben zonder te proberen om hongerigen te eten te geven en vreemdelingen te herbergen.

Open brief aan een twijfelende gastvrouw

Ik las een open brief van Rosaria Butterfield, auteur van het boek Een onwaarschijnlijke bekering. Rosaria was een lesbische hoogleraar aan een grote universiteit toen zij tot bekering kwam en haar leven radicaal veranderde. Voor Rosaria en haar man en kinderen is gastvrijheid een levensstijl geworden. Ze schrijft in een open brief:

“Lieve vriendin,

Ben je druk? Ben je belangrijk? Heb je een krappe planning? 

Dat zijn op zichzelf geen verkeerde dingen.

Maar ze kunnen afgoden worden, als je er niets iets belangrijks aan toevoegt: christelijke gastvrijheid. De Bijbelse opdracht om regelmatig met een open hart, aan je tafel bij elkaar te komen met buren, vrienden, gemeenteleden en vreemdelingen.

(..) Door de jaren heen hebben wij dit geleerd: wat ons weerhoudt van gastvrij te zijn, is onze overvloed en niet ons tekort. We hebben te veel, en we houden te veel van wat we hebben. Onderzoek heeft de waarheid uitgewezen, dat armere gezinnen en gemeentes méér weggeven en samenkomen, dan rijken. 

Dagelijkse, gewone gastvrijheid, die bewezen wordt voor de eer van de Heere, versterkt het geloof. Het laat ons ook de zonde in ons hart zien, die ons vertelt dat ons huis ons kasteel is en onze tijd van onszelf is. Gastvrijheid bevecht de eenzaamheid die te veel mensen in zijn greep heeft. Een simpele maaltijd, een luisterend oor, een gebed. (…) We hebben zoveel te delen met anderen….

Gastvrijheid heeft een tweeledig doel: het bouwen van het lichaam van Christus en aan anderen laten ‘smaken en zien’ dat de Heere goed is. De Heere Jezus was er duidelijk over: het evangelie komt samen met een huissleutel. Begin maar klein. Maar begin er alsjeblieft mee”. 

Hoe ziet gastvrijheid er dan uit?

Gastvrijheid is niet het showen van je huis, je inrichting of je kookkunst aan anderen. Het gaat niet over je bezittingen, maar over de Heere, en over hoe Hij jou en je bezittingen wil gebruiken voor Zichzelf, om mensen te dienen die Hij op je pad brengt. Zowel vrienden als vreemdelingen, christen of niet. Gastvrijheid is investeren in de levens van anderen. En dat is leerzaam, voor jezelf, en ook voor je kinderen. Het is goed als ze leren dat zij niet altijd op de eerste plaats staan, en dat ze hun huis, hun tafel en hun ouders soms moeten delen met anderen.

Gastvrij zijn betekent niet dat je met een viergangenmenu serveert op een damasten tafellaken. Een pan soep of een stapel pannenkoeken is ook prima. Maar deel je huis en je hart, en praat met je gasten om hen te leren kennen. En, belangrijker nog, open de Bijbel en praat over wie God wil zijn, voor jullie, en voor anderen.

Dat vraagt soms zelfverloochening. Want ik heb niet altijd zin om anderen uit te nodigen. En soms heb je ook de rust van je eigen gezin nodig (en je andere gezinsleden ook). Maar laten we meer nadenken over deze opdracht van de Heere Jezus. Laten we meer om ons heen kijken. Als we ons huis, ondanks al onze tekortkomingen daarin, toewijden aan Zijn eer zal Hij er verder voor zorgen. Wij mogen bidden: ‘wilt U iemand op mijn pad brengen die hongerig is en een maaltijd nodig heeft? Wilt U het me laten zien als er een vreemdeling is die een herberg nodig heeft? Neem mijn leven, laat het, Heer, toegewijd zijn aan uw eer. Maak mijn uren en mijn tijd tot uw lof en dienst bereid.’

 

NB Enkele alinea’s uit dit artikel zijn afkomstig uit hoofdstuk 12 van Elke dag nieuw – roeping en verwachting voor moeders vandaag

 

 

 

Hoe deel jij dit bericht met je vrienden?Email this to someone
email
Pin on Pinterest
Pinterest
0Share on Facebook
Facebook
12Tweet about this on Twitter
Twitter

2 comments

Geef een reactie