“Ontberen doet waarderen.” Het is een bekend gezegde, maar de afgelopen weken heb ik weer even ervaren hoe waar het is.
Ruim vier weken was ik samen met mijn kinderen, maar zonder mijn man in Nederland. Natuurlijk hadden we contact, maar het samen leven, de dagelijkse gesprekken, het samen eten en de kleine momenten tussendoor ontbraken. Ik kon niet wachten om weer samen te zijn. Wat was ik blij toen ik hem eindelijk weer in mijn armen kon sluiten en we als gezin weer compleet waren. Wat had ik hem gemist! Ik nam me voor om de liefste vrouw te zijn die ik maar kon zijn. Geduldig, vriendelijk, behulpzaam en niet mopperen over kleine dingen.
Het duurde niet lang voordat ik ontdekte dat afstand inderdaad het hart warmer maakt, maar nabijheid vooral laat zien wat er ín mijn hart leeft. Misschien is dat wel één van de dingen die het huwelijk ons leert. Niet alleen wie de ander is, maar vooral wie wij zelf zijn. Juist in de meest intieme relatie komen ons ongeduld, eigenliefde en trots aan het licht. We zien de fouten van onze man vaak haarscherp, maar ontdekken tegelijkertijd hoe arm ons eigen hart aan liefde kan zijn.
Vaak blijkt in het gewone leven hoe zondig ons hart is. Na een paar dagen kwamen de eerste irritaties alweer om de hoek kijken. De natte handdoek die blijft liggen. De kastdeur die weer openstaat. Vermoeidheid. Miscommunicatie. Drukte. Kinderen. Verschillende verwachtingen. Dan blijkt weer dat liefde vaak niet vanzelf gaat en dat ik zo vaak tekortschiet in het liefhebben van mijn man zoals God dat van mij vraagt. Misschien herken je dat wel in je eigen huwelijk.
Juist dan ben ik zo blij voor de vrouwen die de Heere op mijn pad heeft gebracht. Vrouwen die met mij meedenken, niet bang zijn om mijn fouten aan te wijzen, voor me bidden en mij bovenal wijzen op Gods Woord. Met een groep vrouwen uit de kerk in Malawi, lezen we momenteel het boek Adorned, van Nancy DeMoss. Iedere week lezen we een hoofdstuk en bespreken we dat online met elkaar. Dat is ontzettend waardevol. Deze week ging het hoofdstuk over het liefhebben van onze man, en het voelde alsof ik precies dat onderwijs kreeg wat ik op dat moment zo nodig had.
Het boek is gebaseerd op Titus 2 en het hoofdstuk van deze week ging over vers 4: Opdat zij de jonge vrouwen leren voorzichtig te zijn, haar mannen lief te hebben, haar kinderen lief te hebben; (Titus 2:4)
Het woord dat Paulus gebruikt in Titus 2 vers 4, heeft niet in de eerste plaats te maken met romantiek. Natuurlijk is die belangrijk. Maar het gaat vooral over vriendschap en genegenheid. Je man graag mogen. Van zijn gezelschap genieten. Hem waarderen. Zijn grootste supporter zijn. Hoe gemakkelijk gebeurt het niet dat we vooral zien wat er niet goed gaat? Dat we ongemerkt de redacteur van ons huwelijk worden in plaats van de aanmoediger.
Paulus schrijft dat jonge vrouwen dit liefhebben moeten leren. Moet je liefde dan leren? Is dat niet iets wat vanzelf gaat? Blijkbaar niet. Liefde is niet alleen een gevoel dat ons overkomt. Het is ook niet iets wat wij uit onszelf kunnen opbrengen. De Heere weet dat ons hart geneigd is om zichzelf te zoeken. Daarom moeten jongere vrouwen geleerd worden hun mannen lief te hebben. Niet omdat de één beter is dan de ander, maar omdat we allemaal zondaren zijn die dagelijks Gods genade nodig hebben.
Nancy schrijft dat in de tijd van het Nieuwe Testament sommige vrouwen op hun grafsteen herinnerd werden met slechts een paar woorden: “liefhebbende vrouw” (philandros) of “liefhebbende moeder” (philoteknos). Dat was hun nalatenschap.
Niet hun carrière.
Niet hun talenten.
Niet hun bezigheden.
Ze hadden hun man lief.
Ze hadden hun kinderen lief.
Dat klinkt misschien eenvoudig, maar iedereen die getrouwd is, weet dat het dat niet is. Het is veel gemakkelijker om te wijzen op wat beter kan dan om te benoemen wat goed is. Om kritiek te geven dan waardering uit te spreken. Terwijl juist waardering zoveel kan doen.
Iets uit dit hoofdstuk bleef bij mij hangen. Ruth Graham, de vrouw van Billy Graham, zei ooit: “Het was mijn taak om Billy lief te hebben en Gods taak om Billy te veranderen.” Wat een mooie gedachte. Hoe vaak zijn we niet bezig met wat onze man anders zou moeten doen? Maar Gods Woord richt de schijnwerper steeds weer op ons eigen hart. Dat betekent niet dat wij verantwoordelijk zijn voor het slagen van ons huwelijk. Ook niet dat zonde genegeerd moet worden. Maar wel dat God ons niet roept om onze man te veranderen. Hij roept ons allereerst om zelf dicht bij Hem te leven.
Uiteindelijk kunnen wij onszelf nog niet eens veranderen. Hoe zouden wij dan ons huwelijk of onze man kunnen vernieuwen? Alleen de Heilige Geest kan liefde werken waar die ontbreekt. Wat een rust ligt daarin!
Maar tegelijkertijd, hoeveel tijd besteden we aan het onderzoeken van onze eigen houding, woorden en reacties? De Heere zal ons niet vragen: hoe goed heeft jouw man jou liefgehad? Maar: hoe heb jij hem liefgehad? Wij zijn verantwoordelijk voor ons eigen gedrag. De Heere roept mij, als vrouw, op, om mijn man lief te hebben. En zo ligt er in het gewone, dagelijkse huwelijk een prachtige roeping: onze man liefhebben vanuit de liefde waarmee Christus Zijn gemeente liefgehad heeft. Want dat is het wonder van het Evangelie: Christus heeft Zijn gemeente liefgehad toen zij nog dood waren in zonden en misdaden. Hij blijft trouw aan mensen die Hem telkens weer bedroeven met hun zonden. Alleen vanuit die volmaakte liefde kunnen wij leven en liefhebben.
Een praktische uitdaging
In het hoofdstuk werd een mooie opdracht genoemd, die we ook als praktische taak meekregen na onze meeting. En ik nodig je uit om mee te doen! Niet om in dertig dagen een volmaakt huwelijk te krijgen, maar om onszelf te oefenen in die liefde waartoe we opgeroepen worden.
Dertig dagen lang:
- spreek geen kwaad over je man, niet tegen hem en niet tegen anderen;
- spreek iedere dag iets uit waarvoor je hem waardeert;
- vertel hem dat;
- en vertel het ook eens aan iemand anders.
Misschien denk je: daar kom ik nooit aan. Dan begin je gewoon met één ding: Dank je dat je zo hard werkt. Dank je dat je voor ons zorgt. Dank je dat je de kinderen aan het lachen maakt. Dank je dat je er bent.
Woorden van waardering doen iets. Niet alleen met de ander, maar ook met ons eigen hart. Waar onze aandacht naartoe gaat, volgt vaak ook onze liefde.
Wellicht lukt die dertig-dagen-uitdaging niet perfect. Ik struikel dagelijks. Misschien ontdek je juist hoeveel kritiek, ongeduld en eigenliefde er nog in je hart leven. Laat dat je niet moedeloos maken, maar laat dat je op je knieën brengen. Hij vraagt niet van ons wat Hij niet wil schenken. Een christelijk huwelijk is niet twee mensen die elkaar volmaakt liefhebben. Het is twee zondaren die samen leren leven van genade. Juist dat laat ons zo zien dat wij het van onszelf niet kunnen en hoe we de Heere nodig hebben.
De Heere wil oudere vrouwen gebruiken om jongere vrouwen te leren wat echte liefde is. Geen liefde die alleen leeft van mooie gevoelens, maar liefde die geworteld is in Christus. Liefde die vergeeft. Liefde die volhardt. Liefde die zichzelf niet zoekt. Lees deze week 1 Korinthe 13 nog maar eens!
Uiteindelijk gaat ons huwelijk niet allereerst over ons geluk, maar over Gods eer. Het mag iets laten zien van die grote Bruidegom, Christus, Die Zijn bruid liefheeft en nooit loslaat. Als wij zo leren liefhebben, uit Zijn genade en door Zijn kracht, dan versieren wij, zoals Titus zegt, de leer van het Evangelie. Dan mag ons huwelijk iets weerspiegelen van een liefde die nooit vergaat.
En wie weet, zal er dan ooit, uit genade, ook van ons gezegd worden wat van die vrouwen uit de tijd van het Nieuwe Testament op hun grafsteen stond: ‘philandros’. Zij had haar man lief. Tot eer van God.
