Denkend aan een stervend kind

De laatste tijd moet ik vaak aan hem denken. Misschien komt het omdat onze jongste nu even oud is als hij toen hij stierf. Als ons kuikentje op mijn schoot zit wakker te worden na zijn middagslaapje, knabbelend aan een biscuitje en me ondeugend aankijkt, dan zie ik ineens weer zijn gezichtje voor me. Hem zag ik nooit rechtop zitten. Ons mannetje trekt me net zo lang aan mijn kleren tot ik opsta en met hem meeloop. Terwijl hij voor me uit dribbelt om me iets te laten zien kijkt hij steeds even achterom om te checken of ik hem wel volg. Yan Yuan heeft nooit kunnen lopen, en als hij me aankeek was dat nooit ondeugend, maar alleen maar heel verdrietig.

Nadat ik verschillende keren gevraagd had of ik ook eens op de ziekenafdeling van het kindertehuis mocht komen helpen, werd mij dat uiteindelijk toegestaan. Kindjes met een longontsteking, kindjes die sondevoeding kregen, kindjes met een onduidelijke vlekjesziekte, een baby met brandwonden en zelfs een piepklein kindje in een couveuse, ze lagen er allemaal door elkaar op twee grote zalen. Vijf baby’s of twee peuters per eenpersoonsbed. Alleen Yan Yuan had het voorrecht van een ledikantje voor zichzelf alleen.

En dat was niet voor niets. Want Yan Yuan was een geval apart. Anderhalf jaar oud was hij, toen ik hem leerde kennen. Anderhalf jaar oud, en hij had het lijfje van een baby. Zijn hoofd daarentegen was kolossaal. Een onbehandelde hydrocephalus (waterhoofd) is iets wat in Nederland al minstens 50 jaar niet meer voorkomt. En wat is dát gelukkig. Uit bed kwam hij nooit (‘te zwaar’, zeiden zijn verzorgsters) en daardoor was zijn hoofd niet meer rond, maar bijna vierkant vervormd. Hij kon het niet zelf meer omdraaien, dus werd het een paar keer per dag door zijn verzorgsters gedaan. Zijn uitpuilende oogjes gingen vanwege de enorme druk alleen maar stuurloos heen en weer, kennelijk zonder iets te zien. Behalve liggen en zachtjes kreunen, kon Yan Yuan helemaal niets.

Bidden en zingen

Wat voel je je machteloos aan zo’n bedje. Ik was 17, wist niet veel, en kon niets beters bedenken dan ongemakkelijk naast het ledikantje hurken, en door de spijltjes heen zijn handje vasthouden en zijn buikje strelen. Hier geen spelletjes, geen oefeningen. Ik bad voor hem. En ik zong alle kinderliedjes die ik kende, maar vooral heel vaak iets wat ik me herinnerde van de tijd dat ik op kinderkoor zat:

Eenmaal mochten kind’ren
Rondom Jezus staan,
Niemand mocht ze hind’ren
Om tot Hem te gaan.

Vriendelijke woorden
Heeft Hij toen gezegd,
Zegenende handen
Op hun hoofd gelegd.

Zo heel dicht bij Jezus
Kan ik nu niet staan;
Hij is naar de hemel
Weer terug gegaan.

Maar nu klinkt Zijn stemme
Zo vol heerlijkheid:
“’k Heb voor al Mijn kind’rem
hier een plaats bereid.”

Doopdienst

Toen ik drie maanden terug was in Nederland kreeg ik op een zondagochtend het bericht dat Yan Yuan was gestorven. Er was die ochtend een doopdienst in onze kerk. Terwijl daar ouders met hun kindje in een mooie doopjurk het teken en zegel van Gods verbond ontvingen, kon ik niet anders dan huilen om Yan Yuan, die niet gedoopt, niet vastgehouden en niet door zijn moeder geliefd werd.

Waar de dominee over preekte weet ik niet meer, maar ik weet nog wel wat we zongen:

Komt, kind’ren, hoort naar mij;
Neem mijn’ getrouwen raad in acht;
Ik leer, opdat g’ uw plicht betracht,
Wat ’s HEEREN vreze zij.
Hebt gij in’t leven lust,
In dagen, waar men ’t goed’ in ziet,
Waarin men vrij is van verdriet,
Waar niets ons heil ontrust?

Zou Yan Yuan vrij zijn van verdriet? Als ik nu, 12 jaar later, dat versje hoor, en kijk naar onze eigenwijze, ondernemende peuter, dan zie ik hem weer voor me. Wát zijn we bevoorrecht dat we onze kinderen in zoveel weelde, in gezondheid mogen grootbrengen, bij een open Bijbel. Hoe zou ik níet kunnen zingen, níet kunnen koesteren, níet kunnen vasthouden? Hoe kan ik ze níet vertellen ‘wat ’s HEEREN vreze zij’?

En toch kan dat. Toch ben ik vaak vergeetachtig wat dat betreft en druk met mezelf. Ik leef vaak vluchtig en voor de dag van vandaag. Toen ik de afgelopen dagen voornamelijk onder een dekentje op de bank doorbracht moest ik daar aan denken. Dat maakt een dagelijks gebed nodig: Heere, open mijn lippen, zo zal mijn mond Uw lof verkondigen (Psalm 51:15). Eerst en vooral aan onze kinderen.

 

Hoe deel jij dit bericht met je vrienden?Email this to someonePin on Pinterest0Share on Facebook26Tweet about this on Twitter

2 comments

  1. Rachelle says:

    Wat een mooi artikel en wat een contrast is het leven van Yan Yuan met dat van onze kinderen. Het is moeilijk te bevatten vanuit onze comfortabele huizen en ‘normale gezinnen’.
    Bedankt dat je dit deelt. Het is goed om op gewezen te worden.

Geef een reactie