Lessen uit het leven van een Noord-Koreaanse moeder

Wat doe je als je christen-zijn ineens verboden wordt in het land waar je woont?
Wat doe je als je als jonge moeder in een strafkamp terecht komt voor iets wat je broer verkeerd heeft gedaan?
Wat doe je als je man gedwongen wordt om van je te scheiden, en je niet meer voor je kinderen van 8 maanden en 3 jaar oud mag zorgen?

Zuster Goo uit Noord-Korea stond op het punt om zelfmoord te plegen. Ze zag geen reden meer tot leven. Maar terwijl ze naar het water liep, hoorde ze de stem van haar vader in haar herinnering: ‘Ons leven is niet van onszelf, maar van God’. Het ontnam haar de moed om een einde aan haar leven te maken. Nog vele keren zouden de herinneringen aan wat haar ouders haar over God en de Bijbel hadden geleerd, haar door moeilijke omstandigheden heen helpen. Ondanks dat, was het pas veel later, toen ze na veel omzwervingen in Zuid-Korea in vrijheid naar de kerk kon gaan, dat ze de Heere Jezus leerde kennen als haar Zaligmaker.

Levensverhaal

Het verhaal van zuster Goo maakt diepe indruk. Een kleine vrouw, 82 jaar oud, die met zachte stem onder veel tranen haar levensverhaal vertelt voor een zaal van bijna 1400 mensen. Het is voor de eerste keer dat ze voor publiek vertelt over haar leven. Ze is een zendelinge, deze vrouw. Op de leeftijd van 80 jaar begon ze reizen te maken naar Rusland en China om Noord-Koreanen die daar wonen in aanraking te brengen met het Evangelie. Nu getuigt zij: ‘God verandert niet het lijden, maar je hart. Ik ben nu bereid om het kruis van Christus te dragen’.

“Jezus is Heere over dit huis”. De tekst hing aan de muur van het ouderlijk huis van zuster Goo. Toen na de tweede Wereldoorlog de zelfstandige staat Noord-Korea ontstond, was het echter niet langer mogelijk om openlijk te belijden dat ze christen waren. Maar de woorden van haar ouders en het voorbeeld dat ze haar gegeven hadden stonden diep in haar geheugen gegrift. Het zou haar leven redden.

Voor mij als moeder hield het getuigenis van zuster Goo, zelf moeder en grootmoeder, me een spiegel voor. Vragen die sinds afgelopen donderdag door me heen spelen zijn bijvoorbeeld:

1.Hoe spreek ik met onze kinderen over geloofsvervolging?

Wij bidden vaak voor vervolgde christenen. De Ranglijst Christenvervolging van Open Doors hangt aan het prikbord bij de eettafel en wordt door onze dochters vaak met interesse bekeken en besproken. We lezen verhalen voor over de vervolgde kerk en we leren onze kinderen om ook zelf voor christenen in vervolging te bidden. Maar als ik naar deze vrouw luister, hoor ik naast veel verdriet, ook veel vreugde over het dienen van de Heere. Oók als het alles kost. Als we daarvan ook iets kunnen overdragen op onze kinderen, zal hen dat beter voorbereiden op een toekomst, waarin van henzelf wellicht ook offers gevraagd zullen worden. Want ik houde het daarvoor, dat het lijden dezes tegenwoordigen tijds niet is te waarderen tegen de heerlijkheid, die aan ons zal geopenbaard worden (Rom. 8:18). We kunnen het lijden van veel broerders en zusters op deze wereld nooit onderschatten. Maar hun vreugde in dat lijden onderschatten we misschien soms wel.

2. Welke woorden van mij zullen onze kinderen zich herinneren als ze op een kruispunt in hun leven staan?

Welke woorden van mij zullen zij zich herinneren als ik niet bij hen ben op een moment dat ze het moeilijk krijgen? Welke woorden echoën in hun hart?  Hoeveel woorden per dag spreek ik niet tot onze kinderen over middelmatige of onbelangrijke dingen? Waar vul ik mijn hart mee? Wat horen ze nu van mij dat het waard is om onthouden te worden? Misschien zijn de belangrijkste woorden die ik onze kinderen kan meegeven wel de woorden van God Zelf. Elke dag mag ik onze kinderen verzorgen en opvoeden met de open Bijbel. Elke dag mag ik Gods Woorden, Zijn wijsheid tot hen spreken, in alle situaties en omstandigheden van het dagelijks leven (en dus niet alleen ‘omdat het hoort’ bij het eindigen van de maaltijd). Wat vergeet ik dat vaak!

3. Hoe is het met de ziel van elk van onze kinderen?

Wat zijn we vaak druk met de dagelijkse verzorging en het samenleven met onze kinderen. Op maandag logopedie, op dinsdag zwemles, op woensdag vriendinnetjes, op donderdag pianoles, enzovoorts. ’s Avonds na het eten is het vaak hup hup naar bed, dan hebben wij ook nog wat aan onze avond. Maar wanneer maak ik tijd voor het hart van elk kind? Wanneer praat ik echt van hart tot hart met onze kinderen over hun ziel? We kunnen hen voorlezen uit de Bijbel, met hen bidden en hen naar een christelijke school brengen, maar tóch niet bezig zijn met hun ziel, omdat alles theorie blijft, en buiten henzelf. Wanneer leggen we de eeuwigheid echt aan het hart van ons kind? Wanneer bevragen we hen op de staat van hun ziel? Ik las van Susanna Wesley, moeder van een groot gezin, die al haar kinderen thuis les gaf en er vaak alleen voorstond in de opvoeding, hoe ze in een brief aan haar afwezige echtgenoot schreef:

“Ik ben geen man of predikant, maar als moeder en onderwijzeres is elke ziel die aan mijn zorg is toevertrouwt, als een talent dat ik in beheer gekregen heb. Ik voelde dat ik meer voor hen moest doen dan ik tot nu toe deed. Ik heb besloten om de volgende methode te gebruiken voor onze kinderen: elke avond neem ik zo lang als ik kan de tijd om met een van de kinderen te spreken. Op maandag spreek ik met Molly, op dinsdag met Hetty, op woensdag met Nancy, donderdag met Jacky, vrijdag met Patty, zaterdag met Charles en met Emily en Sucky samen op zondag”. Daarna beschrijft ze hoe ze ‘openlijk en hartelijk’ sprak over God en geestelijke zaken met buren die op bezoek kwamen, waarna er in de volgende weken steeds vaker en steeds meer bezoekers in huis kwamen. Maar haar eerste verantwoordelijkheid lag bij haar kinderen en er ging geen dag voorbij dat ze niet met tenminste één van hen een persoonlijk geestelijk gesprek gevoerd had.

Opnieuw een les voor mij. Want ik heb er vaak maar weinig zin in, om na een lange dag van werken en zorgen nog tijd te maken voor een gesprek van hart tot hart. En toch, áls zo’n gesprekje er is, áls we dan daarna de persoonlijke zorgjes en vragen van dit kind samen met haar voor de Heere neerleggen, dan ervaar je toch dat dat is waartoe we als moeder geroepen zijn. Om te ‘arbeiden’ aan de ziel van onze kinderen. Hoewel we heel goed weten dat we afhankelijk zijn van de Heere voor Zijn zegen voor de harten van onze kinderen.

 

Wil je meeleven met vervolgde christenen? Op de website van SDOK (organisator van de bovengenoemde bijeenomst) vind je daarvoor allerlei ideeën. Je kunt helpen door te doneren, te bidden, kaarten te sturen of vrijwilliger te worden. Lees er hier meer over. 

 

Beeld: Stockphoto

 

 

 

 

 

 

 

 

Hoe deel jij dit bericht met je vrienden?Email this to someone
email
Pin on Pinterest
Pinterest
0Share on Facebook
Facebook
0Tweet about this on Twitter
Twitter

Geef een reactie