Elk kindje een cadeau

Hoe leg je aan je kind uit wat abortus is? Hoe in de wereld moet je in kindertaal woorden geven aan iets waar we als volwassenen al nauwelijks over willen nadenken? En welke woorden geef je aan de beschermwaardigheid van het leven? Aan onze bijna-7-jarige dochter vertelde ik onderstaand verhaal. Misschien heb je er iets aan in het gesprek met jullie eigen kinderen.

Tring…. Triiiing. De telefoon!
‘Met Mirjam van Dalen!’ Het is tante Anne!
‘Is mama thuis?’
‘Nee, mama doet even boodschappen. Joris en ik zijn samen thuis’.
‘Dan bel ik later nog wel even terug’, zegt tante Anne.
‘Kan ik iets doorgeven aan mama?’
‘Nou….’ Mirjam hoort dat tante Anne even nadenkt. ‘Vooruit dan maar. Jij mag aan mama vertellen dat onze baby is geboren vandaag.’
‘Echt waar?’ Mirjam springt op met de telefoon nog aan haar oor.
‘Joris! De baby is geboren!’
Haar broer trekt zijn wenkbrauwen omhoog. ‘Die zou toch pas over een paar weken komen?’
Tante Anne die dat hoort geeft meteen antwoord: ‘Dat klopt hoor! Onze Femke is een beetje vroeger gekomen. Vraag je straks of mama even terugbelt?’

‘Femke!’ vertelt Mirjam blij aan mama. Is zíj even trots dat ze het nieuws als eerste wist!
‘En is alles goed?’ vraagt mama.
‘Alles goed, wat bedoelt u?’
‘Nou, er kunnen dingen zijn die niet goed gaan als er een kindje wordt geboren. Soms is een kindje ziek of gehandicapt of gaat de geboorte heel moeilijk.’
Mirjam haalt haar schouders op. Dat weet ze niet hoor!

Mama pakt meteen de telefoon. Maar wat hoort Mirjam daar? Mama’s stem klinkt ineens helemaal niet blij meer. ‘Echt joh? Weten ze dat al helemaal zeker? Ach… Wat vinden jullie ervan?’ Mama’s ogen zijn verdrietig. Als ze even later de telefoon weglegt begint mama ineens te huilen.
‘Wat is er dan mam?’ Joris en Mirjam kijken haar allebei heel geschrokken aan. Mama huilt bijna nooit!
‘Het kindje van tante Anne is gehandicapt. Ze heeft het Down-syndroom. Dat betekent dat ze alles niet zo goed en makkelijk zal kunnen leren als andere kinderen. En dat ze vaker ziek is en dat er altijd iemand voor haar zal moeten zorgen, ook als ze later groot is.’
‘O…’ In Mirjams hoofd zitten ineens allemaal vragen. Welke vraag moet ze nu eerst aan mama stellen? ‘Zijn ze nu helemaal niet blij met Femke?’ Haar stem doet een beetje gek. Mirjam voelt mama’s arm om haar heen. Gelukkig, mama glimlacht naar haar.
‘Tante Anne en oom Sam zijn wel erg geschrokken. Ze weten dat het leven met Femke heel anders zal zijn dan met een kindje dat geen Down-syndroom heeft. Ze moeten er aan gaan wennen dat ze misschien vaker met haar naar het ziekenhuis moeten. Dat ze haar bij veel dingen veel meer moeten helpen. En dat ze altijd voor haar moeten blijven zorgen, ook later als ze zelf al oud zijn. Maar ze zijn ook erg blij met Femke. Want weet je meis, elk kindje, hoe het ook is of hoe het er ook uitziet, is een cadeau van God. Dit kindje is een extra bijzonder cadeau. Weet je wat tante Anne zei? “Als de Heere ons heeft uitgezocht om voor dit kindje te zorgen, dan zal Hij ons daar ook bij helpen.”

De volgende ochtend is Mirjam al vroeg wakker. Het is zaterdag dus ze mag nog niet naar papa en mama gaan. Weet je wat ze doet? Ze gaat een mooie tekening maken voor de nieuwe baby. Want straks gaan ze op kraambezoek! Ze heeft er echt veel zin in. Ze tekent een lief kindje in een wiegje en ze zet er met grote letters boven: ‘Elk kindje is een cadeau van God’.

Als ze later die ochtend door de gangen van het ziekenhuis lopen voelt Mirjam toch een beetje pijn in haar buik. Hoe zou het kindje eruitzien? Zou het eng zijn om een gehandicapt baby’tje te zien? Ze heeft ineens helemaal geen zin meer.
‘Hier is het’, zegt mama. Ze klopt op de deur.
‘Kom maar binnen!’, horen ze de stem van oom Sam. Mama duwt Joris voor zich uit de deur door.
Papa stapt achter haar aan de kamer binnen. Hij draait zich om en kijkt naar Mirjam. ‘Kom je ook?’
Mirjam schudt haar hoofd. Ze wil wat zeggen maar ze doet snel haar mond weer dicht. Als ze gaat praten komen er misschien wel tranen. Ze kriebelen al in haar keel. Mirjam slikt en slikt. Dan fluistert ze: ‘ik blijf wel even hier’.
Maar dan is papa’s arm om haar heen en hij trekt haar tegen zich aan. ‘Vind je het spannend?’ fluistert hij.
Mirjam knikt en schudt haar hoofd. Dan knikt ze weer.
Papa lacht een beetje. ‘Volgens mij weet je het zelf niet zo goed. Zullen we samen gaan kijken? Ik ben wel benieuwd naar ons nieuwe nichtje’.

Aan papa’s hand gaat het beter. Mirjam staat op haar tenen bij het bed en kijkt naar het gezicht van tante Anne. Ze kijkt zo blij! En kijk eens naar dat kleine pakketje in haar armen! Ze ziet tussen het dekentje en het mutsje het allerliefste babygezichtje dat ze ooit heeft gezien. Een klein handje ligt ernaast.
‘Wat is ze klein!’ Mirjam zucht ervan. ‘Was ik ook zo klein, mama?’
‘Nou, nee. Jij was best een dikke baby. En Joris was ook niet zo klein toen hij geboren werd. Jullie waren allebei precies op tijd en Femke was een beetje te vroeg geboren. Volgens mij had jij iets voor haar meegenomen, toch?’
Dat is waar! Mirjam haalt uit mama’s tas haar tekening tevoorschijn.
Oom Sam leest voor wat Mirjam heeft opgeschreven: ‘Elk kindje is een cadeau van God’. En dan heeft die grote oom Sam ineens tranen op zijn wangen.
‘Dat is helemaal waar, grote meid! En voor dit cadeau willen we heel goed gaan zorgen!’
Mirjam gaat maar snel kijken of er nog snoepjes in mama’s tas te vinden zijn. Want steeds die tranen bij grote mensen, daar wordt ze verlegen van.
Voor ze naar huis gaan, aait Mirjam kleine Femke nog even over haar neusje. En ze fluistert in het kleine oortje: ‘Ik vind je lief. Jij bent precies goed!’

Als ze weer thuis zijn, ligt de krant op de mat. Mirjam gaat kijken of er dingen over dieren in staan. Ze houdt van alle dieren, maar het meest van paarden. Ze heeft een dierenplakboek en soms knipt ze uit de krant weer nieuwe plaatjes.
‘Mama, wat betekent dit? Ab… ab-or-tus?’ Mirjam zegt het nog een keer. ‘Abortus. Dat woord heb ik weleens gehoord. Ik denk in de kerk. Wat is dat? Mam?’ Mama kijkt haar aan, maar ze geeft helemaal geen antwoord.
‘Maham…’
‘Tja Mir, ik weet het niet. Ik denk niet dat ik dat aan jou kan uitleggen.’ Wat staan mama’s ogen ineens donker.
‘Hoezo dan niet? Je kan het toch gewoon vertellen. Nu wil ik het juist weten’.
Mama zucht. Wat doet ze raar! Het is toch een hele gewone vraag?
‘Weet je’, mama stopt weer even. ‘Ik moet even nadenken. Ja, ik denk… het is… sommige moeders die een kindje in hun buik hebben die zijn bang dat ze niet goed voor het kindje kunnen zorgen. Dan gaan ze naar een dokter die dat kindje dan weghaalt zodat het niet geboren wordt’.
‘Hè? Dat snap ik niet’. Mirjams hoofd voelt in de war.
‘Nee, zegt mama, dat is ook niet zo goed te snappen, meis. En zeker niet als je 7 bent.’
‘Maar wat bedoelt u, dat die dokter zo’n baby weghaalt? Bedoelt u dat ze zo’n kindje laten sterven in de buik?’
Mama zucht weer en slaat haar arm om Mirjam heen. ‘Ik zou willen dat het niet waar was, lieverd, maar het gebeurt echt’.
‘Maar waarom dan?’ Mirjam voelt zich helemaal warm worden. Hoe kan dat nu, baby’tjes groeien toch in hun moeders buik om geboren te worden?
‘Soms zijn die moeders helemaal alleen en weten ze niet hoe ze dan voor een kindje kunnen zorgen. Soms hebben vaders en moeders heel weinig geld en dan zijn ze bang dat ze geen spullen voor het kindje kunnen kopen. Soms is de moeder zelf nog haast een kind. En soms zien ze op de echo dat het kindje gehandicapt is. Dan denken de vader en moeder dat het leven voor zo’n kindje te akelig zal zijn en daarom laten ze het weghalen.’
‘Bedoelt u net als Femke?’ Mirjam springt op. ‘Dat vind ik gemeen! Hoe kan dat nu? U zei toch: “elk kindje is een cadeau van God”? We moeten echt iets doen hoor mam, dit mag toch niet!’

Mama heeft een rimpel boven haar neus, alsof ze ergens over nadenkt. ‘Wat kunnen we altijd doen, Mir, als we ergens verdrietig over zijn?’
Mirjam aarzelt even. ‘Natuurlijk bidden… maar… voor wie moeten we dan precies bidden nu?’
‘Voor die moeders’, zegt mama, ‘die een kindje in hun buik hebben maar die zitten te bedenken of ze het wel kunnen houden. We kunnen bidden of de Heere iemand naar hen toestuurt die hen wil helpen en die hen vertelt dat elk kindje een cadeau van God is.’
Mirjam pakt een geel plakvelletje en schrijft er met grote letters op: ‘Niet vergeten: bidden voor moeders met een baby in hun buik’. Ze rent naar boven en plakt het velletje boven haar bed.

‘Zo’, zegt ze als ze weer beneden komt. ‘En wat nog meer?’
Mama wijst op de krant. ‘Jij las het woord ‘abortus’. Maar weer je wat hier nog meer staat? Over een paar weken is er op een zaterdag een speciale stille Mars voor het Leven in Den Haag. Dan moeten alle mensen die tegen abortus en vóór het leven zijn naar Den Haag gaan. Daar gaan ze in een lange rij zonder te praten een wandeling maken. Ze gaan ook zingen met elkaar en luisteren naar toespraken. Als daar heel veel mensen bij elkaar zijn dan kunnen we daarmee aan iedereen in Nederland laten zien dat we abortus niet gewoon vinden. Dat we het leven juist willen beschermen omdat elk kindje een cadeau van God is.’
‘Gaan we daarheen?’ Het kriebelt in Mirjams buik.
Mama kijkt naar haar. ‘Zou je dat willen? Het is een lange reis en we moeten er misschien lang wachten en best een eind lopen. Het is niet iets leuks om heen te gaan.’
Mirjam rolt een beetje met haar ogen. Wat dom van mama! ‘Natuurlijk is dat niet leuk. Maar daarom moeten we er toch juist naartoe! Ik kan best een eind lopen en een poosje wachten. Dan kunnen we tenminste iets doen!’
‘Goed, zegt mama. Het lijkt mij een goed idee. Op 9 december gaan we naar Den Haag. En jij mag mee’.

 

 

Tekeningen: Zarah

 

 

 

 

Hoe deel jij dit bericht met je vrienden?Email this to someonePin on Pinterest1Share on Facebook52Tweet about this on Twitter

4 comments

  1. Miriam says:

    Wat een mooi verhaal… Vorig jaar heb ik met mijn drie jongens voor het eerst meegelopen en meteen besloten dat ik bij leven en welzijn weer zal gaan, zolang het nodig is!

Geef een reactie