Doe het volgende ding dat je doen moet (de mama die zich zwak voelt)

Het is warm en ik voel me hoogzwanger. Maar als ik opzoek hoe ver ik ook alweer precies ben (want ja, zo gaat dat met een vierde zwangerschap en een brein als het mijne), blijkt dat nog maar de 26e week te zijn. Als alles goed gaat nog 104 dagen te gaan! Met deze temperaturen, een bloeddruk op een absoluut diepterecord, een buik die al in de weg zit als ik mijn schoenen aantrek en een aanhoudende moeheid, is het niet meteen een prettig vooruitzicht dat manlief deze week voor zijn werk op reis is.

En toch zeg ik tegen de kennis die vraagt hoe het gaat: ‘prima hoor!’ Want klagen voelt niet goed. Ik ben blij met deze zwangerschap en we zijn dankbaar dat we van God weer een kindje mogen ontvangen. En dus wil ik liever niet toegeven dat deze zwangerschap me zwaarder valt dan de voorgaande drie. En bovendien is er een beetje angst. Want mensen vinden het vast niet leuk om naar mijn geklaag te luisteren. Maar de belangrijkste reden voor mijn geveinsde positiviteit is misschien toch wel mijn trots. Want ik kan mijn zaakjes toch zeker wel zelf regelen. Niemand hoeft mij zielig te vinden en ik heb geen hulp nodig. Ik wil niet zwak zijn.

Zwak en zielig

Maar intussen? Intussen vind ik mezelf wél zwak en zielig, diep vanbinnen. Kijk naar die vloer! Die had al vier weken geleden nodig gedweild moeten worden. De badkamer is helemaal niet gesopt deze week. Ik ben hier gewoon niet geschikt voor! Wéér vergeten de gymspullen mee naar school te geven. Ik ben ook echt een moeder van niks. En de kinderen horen deze weken vaker ‘nee’ dan ‘ja’ van mij. Als ik zo doorga zitten ze over 15 jaar allemaal in therapie.

Onnodig te zeggen dat problemen in een vermoeid hoofd meestal groter worden dan ze in werkelijkheid zijn. En dan hebben we het nog niet eens over échte zorgen en levensvragen, die het niveau van een niet gesopte badkamer overstijgen. Maar toen las ik over Elizabeth Elliot, die haar eerste man verloor als martelaar op het zendingsveld (en daarna nog jaren in het dorp van de moordenaars bleef werken!) en haar tweede man verloor aan kanker. Haar levensmotto: ‘vertrouw op God, gehoorzaam Hem en doe het volgende ding dat je doen moet’.

Daar zit ik dan, in een situatie die al duizenden, miljoenen vrouwen in de geschiedenis hebben meegemaakt, onder nog veel moeilijker omstandigheden dan ik. En wat doe ik? Klagen van binnen en de schijn ophouden van buiten. Ik mijmer even over die woorden: ‘vertrouw op God, gehoorzaam Hem en doe het volgende ding dat je doen moet’. Hoe zou het zijn om écht zo te leren leven?

1. Vertrouw op God

Dit is één van de moeilijkste dingen in een mensenleven, denk ik. Vertrouwen op Hem is geen loze kreet. Het is geen mantra die ik kan herhalen bij de grote en kleine dingen in het dagelijks leven en die dan automatisch helpt. Om Hem te vertrouwen is het nodig dat Hij Koning is over ons hele leven. Dat wij Hem die plaats geven. Dat betekent dat ik van de troon van mijn hart moet. Dat is het bestuur over mijn ziel en mijn lichaam helemaal aan Hem overlaten, met het gebed: ‘wat U doet is goed’. Het betekent dat ik elke dag opnieuw belijden moet dat ik zonder Hem niets kan doen en dat ik daarom voor mijn ziel en mijn lichaam volledig afhankelijk ben van Zijn zorg en zegen. Het betekent dat Hij moet wassen (groter worden) en ik minder worden in mijn leven (Joh. 3:30).

2. Gehoorzaam Hem

Eigenlijk heeft dit alles met het voorgaande te maken. Als we Hem vertrouwen en geloven dat wat Hij doet, goed is, dan is het ook nodig dat we Hem gehoorzamen zoals een knecht zijn Koning gehoorzaamt. Hij vraagt van ons om God lief te hebben boven alles en onze naaste als onszelf. Tegelijkertijd is dat ook wat er gebeurt als je door genade onderdaan en kind van deze Koning mag zijn. Tegenover zóveel liefde van Zijn kant, waarmee Hij Zijn eniggeboren Zoon naar de aarde zond om te sterven voor vijanden, zondaars zoals ik, ontstaat ‘wederliefde’. Wij hebben Hem lief, omdat Hij ons eerst liefgehad heeft (1 Joh. 4: 19). Ik kom heel vaak tekort in mijn liefde voor Hem en anderen. Ik zet mezelf zo vaak weer op de eerste plaats. Maar dit gebod herinnert mij eraan dat het belangrijker is wat er in mijn hart is, dan hoe mijn huis eruit ziet. Hem gehoorzamen is in de eerste plaats: liefhebben.

3. Doe het volgende ding dat je doen moet

In het Engels schreef Elizabeth Elliot simpelweg: ‘Do the next thing’. Daar ligt een wijze les voor een vermoeide mama. Doe ‘gewoon’ het eerstvolgende dat op je pad komt. Kijk naar de eerste persoon, groot of klein, die naar je toe komt. De Heere vraagt niet van ons dat we al ons werk op één dag doen, of dat we het perfect doen. Hij vraagt wel om het van harte te doen, met goedwilligheid, als voor Hem en niet voor mensen (Ef. 6: 7). Dat geeft het gebed: ‘Heere, wilt U mij Uw werk laten zien vandaag en wilt U mij daar onderdeel van maken’. Zodat ik in vertrouwen op Hem mag gehoorzamen. Bid en werk.

Het volgende ding dat ik doen moet, dat kan zijn: met onze 2-jarige een bal door de kamer rollen, of onze kleuter een dikke knuffel geven. Het volgende ding dat ik doen moet, dat kan zijn het aanrecht opruimen en een maaltijd klaarmaken.

Vanochtend kreeg ik spontaan van drie vriendinnen een berichtje: hoe gaat het met je? Red je het in die warmte? Kan ik een strijk voor je doen, of je helpen in huis? En toen was het volgende ding dat ik doen moest, zeggen: ‘best pittig eigenlijk’. En: ‘ja, heel graag, wat lief, dankjewel’. En ik voel me een gezegend mens, omdat ik zulke mensen héb in mijn leven die aan me denken en me willen helpen. Ook al is het best een beetje lastig om eens aan de ontvangende kant te staan.

Afhankelijke moeder

In hoofdstuk 15 van het boek Elke dag nieuw – roeping en verwachting voor moeders vandaag schreef ik over de perfect zijn, goed genoeg zijn en afhankelijk zijn. En op papier weet ik dat allemaal. Dat het geen vrede en geen vreugde geeft om perfectie na te streven, of juist maar aan te nemen dat het met minder óók wel kan. Dat vrede en vreugde alleen te vinden is in een afhankelijk leven met de Heere. En toch had ik het zelf weer nodig om te lezen:

“Laat het tekort dat je voelt in je huwelijk en je moederschap er zijn. Je komt jezelf tegen met je boosheid, je ik-gerichtheid, je ontevredenheid, of welke zonden dan ook. Poets het niet weg, waardeer jezelf niet op, maar laat het je op je knieën brengen. Probeer niet meer om het beter te doen in eigen kracht. We moeten ons tekort, onze zonden, niet bestrijden met schema’s, planningen en goede voornemens, maar erkennen en brengen aan de voet van het kruis. Beleid je schuld. Vraag de Heere om vergeving en smeek Hem om Heere en Meester en Koning te zijn over je hart en leven. Hij wil zondaren brengen vanuit de duisternis in Zijn wonderbaar licht en ons geheel afhankelijk maken van Hem. En Hij heeft tot mij gezegd: Mijn genade is u genoeg; want Mijn kracht wordt in zwakheid volbracht. Zo zal ik dan veel liever roemen in mijn zwakheden, opdat de kracht van Christus in mij wone. (2 Kor. 12:9).

Is de afhankelijke moeder volmaakt? Nee. Heel vaak is ze niet afhankelijk en leunt en steunt ze weer op zichzelf in plaats van op God. Het goede dat ze wil doen, doet ze nog altijd niet en het kwade dat ze niet wil doen, staat haar nog steeds bij. ‘Ik ellendig mens!’, verzucht ze net als Paulus, die toch heel veel van de Heere geleerd had. Maar ze weet dat waar háár zondige wil, háár perfectie én haar moedeloosheid gekruisigd worden met Christus, ze met Hem mag leven. Ik ben met Christus gekruist; en ik leef, doch niet meer ik, maar Christus leeft in mij; en hetgeen ik nu in het vlees leef, dat leef ik door het geloof des Zoons van God, Die mij liefgehad heeft, en Zichzelven voor mij overgegeven heeft (Gal. 2:20).”

 

 

 

 

 

 

 

 

Hoe deel jij dit bericht met je vrienden?Email this to someone
email
Pin on Pinterest
Pinterest
0Share on Facebook
Facebook
52Tweet about this on Twitter
Twitter

12 comments

  1. Anne says:

    Wat mooi en herkenbaar geschreven. Ik heb je boek gekocht en lees er graag in. Een feest van herkenning en tegelijkertijd bemoedigend. Wat vertrouwen we vaak op ons eigen inzicht he. Terwijl er in Spreuken 3 vers 5 en 6 heel wat anders staat.

Geef een reactie